top of page

Stel: je hebt vijftigduizend euro staan op je spaarrekening bij ING. Je voelt je veilig. Maar terwijl jij dit leest, verliest dat geld elke dag een beetje van zijn koopkracht aan inflatie. De grote Nederlandse banken bieden in 2026 een spaarrente van slechts 1,25 procent. Dat is minder dan de gemiddelde inflatie, en ver verwijderd van wat beleggen historisch oplevert.


De Autoriteit Financiële Markten publiceerde in mei 2026 een rapport waaruit blijkt dat ruim 800.000 Nederlandse huishoudens in precies die situatie zitten: voldoende spaargeld, maar onvoldoende rendement, en een toenemend risico op een pensioengat later in het leven. De AFM spreekt van onbenut vermogen.


De kloof tussen sparen en beleggen

Het verschil in rendement tussen sparen en beleggen is in 2026 groot. Een breed gespreid ETF levert historisch gemiddeld 6 tot 8 procent per jaar op. De grootbanken bieden op een vrij opneembare spaarrekening maximaal 1,40 procent. Dat is geen tijdelijk verschil, maar een structurele kloof die over de jaren aanzienlijk oploopt.


Wat levert je spaargeld bij de grote banken op?

De drie grootbanken bieden in mei 2026 de volgende rentes op een vrij opneembare spaarrekening. Voor wie iets meer rendement zoekt, zijn alternatieven beschikbaar via Europese platforms, maar ook daar blijft de rente ver onder historisch beleggingsrendement.

Bank

Spaarrente

Type rekening

ING

1,25%

Vrij opneembaar

ABN AMRO

1,25%

Vrij opneembaar

Rabobank

1,40%

Vrij opneembaar

Beste Nederlandse bank

2,50%

Vrij opneembaar

Beste Europese bank

3,25%

Deposito (10 jaar)

Wie bij ING of ABN AMRO spaart, ontvangt op 50.000 euro bruto 625 euro per jaar aan rente. Met de inflatie van rond de 2 procent in Nederland in 2026 daalt de koopkracht van dat spaargeld elk jaar in reële termen.


Wat levert beleggen historisch op?

Een breed gespreide wereldwijde aandelenindex ETF leverde de afgelopen dertig jaar gemiddeld tussen de 6 en 8 procent per jaar op. Bij 7 procent jaarrendement groeit 50.000 euro in tien jaar naar bijna 98.000 euro. Datzelfde bedrag bij 1,25 procent spaarrente bereikt na tien jaar slechts 55.700 euro. Dat is een verschil van meer dan 42.000 euro op dezelfde inleg.


Beleggen brengt risico's mee: de waarde kan ook dalen, zeker op de korte termijn. Maar over een horizon van tien jaar of langer zijn periodes van negatief rendement historisch gezien altijd gevolgd door herstel. Wie niet belegt, vermijdt het zichtbare risico van koersdalingen, maar accepteert stilzwijgend het onzichtbare risico van koopkrachtverlies.


Wat het AFM-rapport onthult

De AFM onderzocht in 2026 uitgebreid waarom zo veel Nederlanders met voldoende spaargeld toch niet beleggen. De conclusies zijn verhelderend voor iedereen die twijfelt over de stap naar beleggen.


Wie zijn die 800.000 huishoudens?

Het gaat om huishoudens die meer spaargeld hebben dan de Nibud-referentiebuffer voorschrijft. Ze hebben een financiële buffer, maar beleggen het overschot niet. Een groot deel van hen bouwt tegelijkertijd onvoldoende pensioen op in de eerste en tweede pijler om hun huidige levensstandaard na pensionering te kunnen handhaven. De AFM noemt dit een sluipend risico dat pas zichtbaar wordt als bijsturen moeilijk wordt.


Waarom stappen ze niet over op beleggen?

De AFM identificeert drie hoofddrempels: gebrek aan kennis over hoe beleggen werkt, de perceptie dat beleggen te riskant is, en een gebrek aan interesse. Opvallend: een deel van de respondenten zegt niet genoeg geld te hebben om te beginnen, terwijl ze objectief gezien wel boven de Nibud-norm zitten. Die drempel is dus grotendeels psychologisch, niet financieel.


Sparen of beleggen, afhankelijk van je situatie

De keuze is niet binair. Voor de meeste mensen geldt: spaar wat je op korte termijn nodig hebt, en beleg wat je langdurig kunt missen. Dat onderscheid is de kern van een gezond financieel plan.


Wanneer is sparen de betere keuze?

Sparen is logisch voor een noodfonds van drie tot zes maanden netto-inkomen, voor geld dat je binnen twee tot drie jaar nodig hebt voor een aankoop of verbouwing, en voor bedragen waarvan je niet kunt accepteren dat ze tijdelijk in waarde dalen. Voor die categorie loont het om verder te kijken dan de drie grootbanken. Via Europese spaarplatforms zijn rentes tot 2,80 procent op vrij opneembare rekeningen haalbaar. Op een tienjarig deposito loopt dat op tot 3,41 procent.


Wanneer loont beleggen meer?

Beleggen is geschikt voor geld dat je minimaal vijf jaar, maar bij voorkeur tien jaar of langer kunt missen. Hoe langer de beleggingshorizon, hoe kleiner de kans op een negatief eindresultaat en hoe dichter het rendement in de buurt komt van de historische gemiddelden.


Een maandelijks inlegplan in een breed gespreid ETF is voor veel beginners de meest toegankelijke manier om te starten. Je legt niet alles in een keer in, spreidt automatisch over verschillende marktomstandigheden, en bent niet afhankelijk van het juiste instapmoment.


De belasting maakt het verschil nog groter

Box 3 behandelt spaargeld en beleggingen niet gelijk. Dat heeft gevolgen voor de netto-opbrengst en werkt structureel in het voordeel van wie belegt.


Hoeveel belasting betaal je over spaargeld versus beleggingen?

De Belastingdienst werkt in 2026 met fictieve rendementspercentages in box 3. Over spaargeld rekent zij met 1,28 procent, over beleggingen met 6,00 procent. Over dat fictieve rendement betaal je 36 procent belasting.

Categorie

Fictief rendement box 3

Belastingdruk (36%)

Spaargeld

1,28%

0,46% van vermogen

Beleggingen

6,00%

2,16% van vermogen

Wie beleggen mijdt omdat sparen goedkoper is in belasting, mist een cruciaal punt: de werkelijke opbrengst van een ETF-portefeuille ligt historisch gezien ver boven het fictieve percentage van 6 procent waarover belasting wordt berekend. Na belasting blijft er bij beleggen nog altijd aanzienlijk meer over dan bij sparen bij de grootbanken.


Hoe begin je met beleggen naast je spaargeld

De AFM benadrukt drie principes voor wie wil beginnen: beleg alleen geld dat je langdurig kunt missen, zorg voor voldoende spreiding, en let op de kosten die een broker in rekening brengt. Die drie principes zijn realiseerbaar voor vrijwel iedereen die een online broker kiest.

Het verschil in brokerkosten is bij maandelijks beleggen merkbaar. Sommige brokers brengen geen transactiekosten in rekening op ETF-spaarplannen, terwijl anderen per order een vast bedrag of percentage rekenen. Over een periode van tien jaar loopt dat verschil op tot honderden, soms duizenden euro's in eindvermogen.


800.000 huishoudens laten nu rendement liggen dat ze later mogelijk nodig hebben. Het AFM-rapport laat zien dat de drempel om te beginnen met beleggen voor velen meer psychologisch dan financieel is. Met spaarrentes van 1,25 procent bij de grootbanken is de vraag niet of beleggen loont naast sparen, maar welke broker het beste bij jou past.

Sparen of beleggen: Wat levert meer op?

Ruim 800.000 Nederlandse huishoudens sparen meer dan nodig, maar beleggen niet. Ontdek het verschil in rendement, belasting en risico in 2026.

Een nadenkende vrouw staat op de voorgrond, met eurobiljetten en munten op een donkere achtergrond. De afbeelding verbeeldt de keuze tussen sparen en beleggen.

Gerelateerde artikelen

Meer lezen? Bekijk ook deze gerelateerde artikelen.

Zijn jouw aandelen veilig bij DEGIRO?

Als je belegt via DEGIRO, heb je jezelf misschien wel eens afgevraagd: wat gebeurt er met mijn geld als er iets misgaat? Niet alleen bij DEGIRO zelf, maar ook bij de partijen die namens hen je beleggingen bewaren, daar gaan we in dit artikel op in!

Trading 212 kosten analyse 2026

Een volledige analyse van de kosten bij Trading 212 in 2026, inclusief valutaconversie, spreads en vergelijking met DEGIRO, Trade Republic en Scalable Capital.

Crypto via je broker kopen: ETP of direct?

Hoe je als Nederlandse belegger crypto koopt via een reguliere broker, en wanneer een ETP beter uitpakt dan een crypto exchange.

Vind de broker die bij je past

Beleggen begint met een goede broker-keuze

bottom of page