top of page

Het nieuwe box 3-stelsel dat in 2028 ingaat, luidt een fundamentele breuk in met het bestaande fiscale beleid voor beleggers. Waar jarenlang werd gesproken over eerlijkheid, eenvoud en uitvoerbaarheid, blijft daar in de praktijk weinig van over. In plaats daarvan kiest de politiek voor een ingewikkeld en controversieel systeem dat beleggers confronteert met belasting op papieren winsten, zonder automatische compensatie bij verlies. Voor particuliere beleggers betekent dit een forse toename van onzekerheid en risico.


Belasting op ongerealiseerde winsten treft particuliere belegger hard

Het meest ingrijpende element van de nieuwe wet is de introductie van de vermogensaanwasbelasting. Waar in het huidige stelsel nog met fictieve rendementen wordt gerekend, gaat de Belastingdienst vanaf 2028 uit van daadwerkelijk behaald rendement. Althans, voor zover dat te berekenen is. Dit klinkt op het eerste gezicht logisch, maar de praktijk pakt desastreus uit voor beleggers in aandelen, obligaties of cryptovaluta.


Zij moeten namelijk belasting betalen over koerswinsten, ook als die winsten niet zijn gerealiseerd. Dat betekent: geen verkoop, geen uitkering, maar wél belasting. Een klassiek voorbeeld: een belegger ziet zijn portefeuille in 2028 met 10 procent stijgen, betaalt daarover belasting, maar in 2029 daalt de waarde met 15 procent. De eerder betaalde belasting wordt niet automatisch teruggedraaid. De fiscus incasseert, de burger draagt het risico.


Deze asymmetrie tussen winst en verlies zet de deur open naar jaren waarin het rendement volledig opgeslokt wordt door fiscale claims. En dat druist in tegen het basisprincipe van eerlijk belasten: namelijk belasting heffen op het moment dat er ook werkelijk sprake is van inkomen of winst.


Kamer worstelt met vermogensaanwas of realisatie

Hoewel het wetsvoorstel inzet op de aanwasbenadering, is binnen de Tweede Kamer groeiende steun voor een zuivere vermogenswinstbelasting. Dat zou betekenen dat beleggers pas belasting betalen op het moment dat zij hun belegging daadwerkelijk verkopen en winst realiseren. Fracties van onder andere VVD, CDA, BBB, JA21 en PVV verwerpen expliciet de belasting over niet-verzilverde winsten.


Toch dringt de tijd. Voor invoering per 1 januari 2028 moet de wet uiterlijk op 15 maart 2026 worden aangenomen. Anders ontstaat er een gat van circa 2,4 miljard euro in de begroting. Deze deadline dwingt de Kamer tot haast, en maakt een zorgvuldig debat moeilijk. Zoals PVV-Kamerlid Elmar Vlottes het verwoordde: “De Kamer wordt opgejaagd en gegijzeld.”


Een volledige overstap naar een vermogenswinstbelasting zou de schatkist in de eerste vijf jaar naar schatting 5 miljard euro kosten, vanwege uitgestelde belastinginkomsten. Economisch onderzoek toont aan dat een aanwasbenadering minder prikkels tot uitstel creëert, maar een realisatieheffing voorkomt juist liquiditeitsproblemen bij beleggers.


De huidige wet biedt daarom slechts een hybride oplossing: de meeste beleggingen vallen onder het aanwassysteem, maar voor vastgoed en start-ups geldt een uitzondering met belastingheffing bij verkoop.


Vastgoed wordt gunstiger behandeld dan effecten

Een opmerkelijke uitzondering binnen het nieuwe box 3-stelsel geldt voor vastgoedbeleggers. Zij krijgen een relatief mild regime vergeleken met beleggers in aandelen en crypto. Voor vastgoed geldt:


  • Belastingheffing pas bij verkoop: dit sluit beter aan bij het principe van vermogenswinstbelasting.

  • Kosten aftrekbaar: denk aan onderhoud, rente en andere uitgaven die verband houden met het vastgoed.

  • Bijtelling bij eigen gebruik: wie een tweede woning zelf gebruikt, betaalt belasting over een fictief rendement, gebaseerd op economische huurwaarden.


Voor belangen in startende ondernemingen geldt eveneens een heffing bij realisatie. Volgens het kabinet sluiten deze uitzonderingen beter aan bij de praktijk en vergroten ze de juridische houdbaarheid van de wet. Toch blijft de keuze om effecten anders te behandelen dan vastgoed of start-ups controversieel.


Vergelijking effecten vs vastgoed vanaf 2028

Kenmerk

Beleggingen in effecten

Vastgoedbeleggingen

Moment van belastingheffing

Jaarlijks, over papieren winsten

Bij verkoop (realisatie)

Verliezen verrekenbaar

Niet automatisch

Ja, bij realisatie mogelijk

Kosten aftrekbaar

Nee

Ja

Bijtelling eigen gebruik

Niet van toepassing

Wel van toepassing

Belastinggrondslag

Vermogensaanwas

Vermogenswinst + fictief gebruik

Administratieve vereisten

Zeer hoog

Hoog, maar overzichtelijker

Uit de tabel blijkt dat beleggers in vastgoed aanzienlijk gunstiger behandeld worden dan hun tegenhangers in de effectenmarkten. Die scheve verdeling wakkert de onvrede over het nieuwe stelsel verder aan.


Technische onmacht als basis voor belastingbeleid

De reden dat er geen zuivere vermogenswinstbelasting komt, is geen politieke onwil, maar technische onmacht. De Belastingdienst beschikt niet over de noodzakelijke ICT-infrastructuur, en ketenpartners zoals banken en vermogensbeheerders kunnen de benodigde informatie nog niet tijdig aanleveren. Volgens het kabinet is dit vóór 2028 simpelweg niet haalbaar.


Ondanks deze tekortkomingen kiest de politiek ervoor om het stelsel niet uit te stellen. De reden is puur budgettair: zonder wet vóór maart 2026 vervalt het fundament voor de box 3-heffing in 2028, wat miljarden kost. Deze begrotingsdruk zorgt ervoor dat kwaliteit, rechtvaardigheid en uitvoerbaarheid ondergeschikt worden gemaakt aan timing.


Ook de Raad van State heeft in haar advies expliciet gewezen op de spanning tussen uitvoerbaarheid en gelijkheid. Het onderscheid tussen verschillende vermogenscategorieën is juridisch te verdedigen, maar maatschappelijk moeilijk uitlegbaar. Een belegger in aandelen betaalt belasting over iets wat hij nog niet heeft, terwijl een vastgoedbelegger mag wachten tot verkoop.


Fiscale onzekerheid ondermijnt vertrouwen van belegger

De voortdurende onzekerheid rond box 3 tast het vertrouwen van beleggers in het Nederlandse belastingstelsel aan. Sinds het baanbrekende arrest van de Hoge Raad in 2021, waarin de oude forfaitaire methode ongrondwettig werd verklaard, is er sprake van permanente fiscale instabiliteit. De overbruggingsregeling die volgde, werd in 2024 opnieuw afgewezen, en nu ligt er een wetsvoorstel dat juridisch en politiek wankel staat.


De veelheid aan regelwijzigingen, uitzonderingen, overgangsregimes en afwijkende behandeling van beleggingstypen maakt het stelsel ondoorzichtig en risicovol. Voor beleggers wordt het steeds lastiger om hun fiscale positie te plannen. Vooral lange termijn investeringen, zoals pensioenbeleggen of investeren in groeiende bedrijven, worden hierdoor ontmoedigd.


Daarnaast leidt de aanwasbenadering tot liquiditeitsdruk. Beleggers moeten jaarlijks belasting betalen over winsten die zij misschien helemaal niet kunnen verzilveren. Dit kan hen dwingen tot het verkopen van delen van hun portefeuille, zelfs als zij dat economisch onwenselijk achten.


Box 3 nadert een kantelpunt. De politiek moet balanceren tussen een technisch onhaalbare maar eerlijkere realisatieheffing, en een uitvoerbare maar oneerlijke aanwasbelasting. De komende weken zijn cruciaal. De deadline van 15 maart 2026 hangt als een zwaard boven het debat, en dwingt tot keuzes waarvan de gevolgen jarenlang voelbaar zullen zijn. Voor beleggers geldt nu meer dan ooit: fiscale planning is geen luxe, maar noodzaak.

Beleggen wordt fiscaal riskant: Box 3 vóór verkoop

Beleggen krijgt vanaf 2028 een nieuwe fiscale dimensie die veel particuliere investeerders zorgen baart. Door belasting te heffen op papieren winsten nog vóór verkoop, wordt box 3 een bron van financiële risico’s in plaats van duidelijkheid.

belegger in paniek achter toetsenbord en geld door box 3

Gerelateerde artikelen

Meer lezen? Bekijk ook deze gerelateerde artikelen.

Zo beschermt de AFM beleggers, maar let hier op

Beleggen brengt kansen, maar ook risico’s met zich mee. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) speelt een cruciale rol in het beschermen van beleggers, al blijft eigen verantwoordelijkheid essentieel.

Zakelijk beleggen razendsnel populairder in Nederland

Steeds meer ondernemers kiezen voor zakelijk beleggen in de bv, omdat dit fiscaal voordeliger, flexibeler en beter controleerbaar is dan privé beleggen in box 3. Nu het nieuwe box 3-stelsel vanaf 2028 belasting op ongerealiseerde winsten introduceert, wordt zakelijk beleggen aantrekkelijker dan ooit.

Broker acties

Op deze pagina vind je een overzicht van de actuele broker-acties die nu lopen, zodat je eenvoudig kunt zien welke aanbiedingen er beschikbaar zijn!

Vind de broker die bij je past

Beleggen begint met een goede broker-keuze

bottom of page